[BLOG] “Ik heb spijt van de naam voor ons kind”

Een naam kiezen voor je kindje, dat is geen gemakkelijke beslissing. Voor veel mensen is het een waar huzarenstukje: niet alleen moet je voor jezelf uitmaken wat je nu de allermooiste naam vindt, je moet ook nog eens overeenkomen met je partner. Bovendien is de druk groot, want je kind moet de rest van zijn dagen met die naam rondlopen. Stress!

Meestal kiezen ouders een naam vol overgave en zijn ze de rest van hun dagen trots op de naam die ze hebben gekozen voor hun oogappel.

Maar af en toe is dat ook anders. We spraken met een mama die ‘spijt’ heeft van haar keuze en maar al te graag de klok zou willen terug draaien zodat ze de naamkeuze van haar zoon ongedaan zou kunnen maken.

Tijd om nog wat taboes te doorbreken.

Een Griekse man was spannend en exotisch

De vader van mijn kind was een Griek. Toen we elkaar net leerde kennen waren de culturele verschillen niet zo opvallend, of misschien was ik te verliefd om de grote verschillen te zien.

Andreas en ik zijn heel snel gehuwd, alleen zo kon hij snel naar België komen zodat we hier ons leven konden opbouwen. Het ging allemaal aan een rotvaart. Bij nader inzien hadden we veel beter onze tijd genomen om elkaar goed te leren kennen. We waren nog goed en wel gesetteld of ik was al zwanger. Het was pas tijdens de zwangerschap dat ik stilaan begon te beseffen hoe traditioneel en conservatief Andreas eigenlijk wel was.

In het begin had ik die verschillen best leuk, spannend en exotisch gevonden. Dat was ook de aantrekkingskracht geweest bij mij. Het onbekende, een Zuiderse man. Maar na een tijdje begon het me vaak echt te irriteren. In de Griekse cultuur zijn mannen en vrouwen nog steeds niet gelijkwaardig. Het rollenpatroon is er nog heel traditioneel. Andreas werd als enige zoon met 4 zussen thuis rotverwend en door zijn moeder echt verafgood. Hij moest letterlijk niets doen in het huishouden.

Een koning die op zijn wenken bediend moest worden

Dat werd thuis ook al heel snel duidelijk. Zelfs hele kleine dingen konden leiden tot ruzie en onenigheid. Als ik bijvoorbeeld vroeg om mee de boodschappen uit te laden nadat ik naar de winkel was geweest dan was er bij Andreas pure verontwaardiging. Waar haalde ik het in mijn hoofd dat hij, de man, het gezinshoofd zou moeten ‘helpen’ in het huishouden.

Hij ging werken en daarmee was de kous af. Van zodra hij thuis kwam moest hij als een Koning op zijn wenken bediend worden.

Inwonende schoonmoeder

Voor mijn schoonmoeder was ik nooit ‘vrouw’ genoeg althans niet Grieks genoeg. Elke gelegenheid boorde ze aan om mij neer te halen. Het zat vaak in kleine dingen, een afkeurende blik, dat eeuwige afkeurende geklik met haar tong. Op de koop toe kwam ze bij ons inwonen toen ik hoogzwanger was.

In Griekenland is het niet ongewoon dat ouders bij hun kinderen gaan inwonen van zodra ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt. Aangezien Andreas de enige zoon was en naar hun normen wel heel erg ‘welgesteld’ was, was het dus logisch dat mijn schoonouders bij ons kwamen inwonen.

De laatste weken van mijn zwangerschap waren de hel. Ik was zo uitgeput. Ik moest constant op eieren lopen. Ik voelde me nooit thuis of op mijn gemak. Mijn schoonmoeder nam op het thuisfront alles over. Ik had niets meer te zeggen in mijn eigen huis. Als ik iets ondernam was het nooit goed. Maar als ik een dagje rustte op de zetel dan was ook het hek van de dam want een vrouw hoort niet ‘lui’ te zijn.

Een niet-Griekse naam was ondenkbaar

Regelmatig kwam het gesprek over de namen op tafel. Elk voorstel dat ik deed werd meteen van tafel geveegd. Eigenlijk vond ik helemaal niet mijn smaak in de Griekse namen. Maar een niet Griekse naam was gewoon ondenkbaar.

Ik denk dat mijn mening er zelfs nooit toe gedaan heeft. De grootvader van Andreas heette Anatole. Hij was een groots man geweest en werd door de hele familie aanbeden als een God. Natuurlijk zou de eerste kleinzoon naar hem genoemd worden.

Ik was nooit fan van de naam. Anatole, Anatool, het deed me altijd aan die engerd uit de smurfen denken. Maar ik had dus weinig keuze. Naar het einde van de zwangerschap toe heb ik vooral het onderwerp van de namen heel erg gemeden. Ik hoopte ergens nog dat er iets zou veranderen terwijl ik diep van binnen wist dat het lot al bezegeld was.

Ik kreeg de naam niet over mijn lippen

Ik herinner me nog het magische moment tijdens de bevalling toen de baby in mijn armen werd gelegd en de vroedvrouw vroeg ‘Hoe heet deze prachtige baby?’ Ik kon het zelfs niet gezegd krijgen, ik kreeg de naam niet over mijn lippen.

Nachten heb ik gehuild. Ik was zo verliefd op mijn zoon maar ik verafschuwde de naam. Op de duur was ik benauwd om ergens te komen met de baby omdat mensen heel snel vragen ‘hoe heet hij?’. Ik voelde me beschaamd om de naam te naam te zeggen en deed er standaard al het hele verhaal bij. ‘Mijn man is een Griek, hij is vernoemd naar zijn overgrootvader.’

Al heel snel korte ik zijn naam af naar Toon. Zo kon ik vreemde blikken, vragen of rare opmerkingen vermijden.

Ondertussen ben ik gescheiden van Andreas. Ik kreeg na Toon nog een dochter met mijn huidige man. Haar naam is Tess. Toon en Tess. Dat klinkt zo veel beter. Iedereen kent mijn zoon ook als Toon, zijn echte naam Anatole wordt enkel gebruikt bij officiële aangelegenheden.

Mijn man denkt er aan om Toon te adopteren zodat hij ook de achternaam van zijn zus krijgt. Ik denk en droom er nu al van om met deze naamswijziging ook zijn voornaam te laten aanpassen. Maar ik wacht nog even tot hij hier zelf over kan en wil beslissen. De keuze ligt bij hem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *